Quiz Super
Supermarkt Keurmerk
Thema's
Algemeen over het SSK
Lokale betrokkenheid
Duurzaam met energie
Onderscheidend assortiment
Afvalinzameling en reductie
Veiligheid en preventie
Stimulerend personeelsbeleid
Transport en Logistiek
00:00
2%
Vraag 1
Een klant vraagt je waar de afkorting SSK voor staat, wat antwoord je deze klant?
A
Super Shopper Keurmerk
B
Supermarkt Samen voor Klanten
C
Super Supermarkt Keurmerk
D
Samen Staan we Klaar (voor de klant)
00:00
2%
Vraag 2
Een klant is nieuwsgierig naar wat het SSK keurmerk inhoudt. Wat vertel je?
A
Dat dit de beste supermarkt in de lokale omgeving is, uitgedrukt in klantentevredenheid.
B
Dat de supermarkt lokaal en maatschappelijk betrokken is. Zo worden lokale activiteiten ondersteund en wordt onder meer extra aandacht besteed aan veiligheid, energiebesparing en het verminderen van voedselverspilling.
C
Wij handelen volgens NIX18, klein bedrag pinnen mag, we verkopen alleen biologische producten.
D
De supermarktondernemer is zeer betrokken bij de activiteiten die in en rondom de winkel worden georganiseerd.
00:00
2%
Vraag 3
Welke stelling is NIET juist?
A
Zelfstandige supermarktondernemers ondernemen voor eigen rekening en risico
B
Het SSK keurmerk staat los van de supermarktformule
C
Onderzoeksinstituut TNO is betrokken bij de ontwikkeling van het SSK keurmerk
D
Alle supermarkten worden gerund door een zelfstandige ondernemer
00:00
2%
Vraag 4
Zoek het bordje met het SSK logo en maak een foto.
Foto maken
00:00
2%
Vraag 5
Het SSK keurmerk bestaat uit zeven centrale thema’s, welke thema's zijn dit?
A
Lokale betrokkenheid, Stimulerend personeelsbeleid, Onderscheidend assortiment, Duurzaam met energie, Veiligheid en preventie, Afvalinzameling en -reductie en Transport en logistiek
B
Duurzaam met energie, Lokale betrokkenheid, Veiligheid en preventie, Samen tegen voedselverspilling, Afvalverzameling, Transport en Logistiek
C
Service, Klantentevredenheid, Toegankelijkheid, Volle schappen, Aardig personeel, Bereikbaarheid en Gevulde winkelwagen
D
Onderscheidend assortiment, Goedkope producten, Energiebesparing, Veiligheid en preventie, Stimulerend personeelsbeleid, Tegen voedselverspilling en Toegankelijkheid
00:00
2%
Vraag 6
Fotografeer locaties in de supermarkt die laten zien dat jouw supermarkt lokale activiteiten ondersteunt. Voor elke gevonden activiteit krijg je een punt.
Foto maken
Klik op de foto om hem te verwijderen
00:00
2%
Vraag 7
Wat is juist?
Stelling 1: Het SSK thema Lokale betrokkenheid gaat over de mate waarin de supermarkt een positieve bijdrage levert aan de lokale economie en bedrijvigheid
Stelling 2: Betrokkenheid richting klanten wordt getoond door korting, gemak en een mooie winkel
Stelling 3: De betrokkenheid van SSK ondernemers reikt verder dan alleen de eigen supermarkt

A
Stelling 2 en 3 zijn juist, stelling 1 is onjuist
B
Stelling 1 en 3 zijn juist, stelling 2 is onjuist
C
Stelling 1 is juist, stelling 2 en 3 zijn onjuist
D
Alle stellingen zijn juist
00:00
2%
Vraag 8
Welke stelling is ONJUIST? Lokale betrokkenheid is onder andere…
A
Diverse voorzieningen in de supermarkt voor het vergroten van de lokale leefbaarheid, zoals een oplaadpunt voor de OV-kaart, een pakketdienst in de winkel en een geldautomaat
B
Goede klachtenafhandeling, groot aanbod groente en fruit en ruime openingstijden
C
Schoonhouden van de winkelomgeving en sponsoren van lokale (sport)verenigingen
D
Het ondersteunen van maatschappelijke projecten, zoals Dorcas en Kinderpostzegels
00:00
2%
Vraag 9
Fotografeer ten minste een van de energiebesparende maatregelen die jouw supermarkt getroffen heeft. Voor elke gevonden maatregel krijg je een punt.
Foto maken
Klik op de foto om hem te verwijderen
00:00
2%
Vraag 10
Welk type verlichting is het meest energiezuinig?
A
Gloeilamp
B
TL-hoogfrequent
C
Spaarlamp
D
Ledverlichting
00:00
2%
Vraag 11
Wat kost het meeste energie in de supermarkt, op volgorde van het grootste gebruik?
A
Waterverbruik, productkoeling, verwarming van de winkel
B
Verwarming van de winkel, productkoeling, productbereiding
C
Productkoeling, verwarming van de winkel, verlichting
D
Productkoeling, verlichting, verwarming van de winkel
00:00
2%
Vraag 12
Welke van de volgende acties is een MINDER geschikte manier om zelf bij te dragen aan energiebesparing in de supermarkt?
A
Koeldeur sluiten als deze onnodig open staan
B
Buitenverlichting bij de toegangsdeuren uit als de supermarkt gesloten is
C
Verlichting uitzetten als je als laatste een ruimte verlaat, zoals in de kantine of garderobe
D
Ovens en snij-apparatuur afsluiten buiten werktijden
00:00
2%
Vraag 13
Energiebesparende maatregelen in de supermarkt: welke rijtje past hier NIET tussen?
A
Hergebruik van vrijgekomen restwarmte, led-verlichting en afgedekte koelingen
B
Buiten laden en lossen, spaarlampen en een luchtzuiveringssysteem
C
Afgedekte koelingen en vriesvakken, groene energie en zonnepanelen
D
CO2 zuinige koelinstallatie en automatische uitschakeling van verlichting in de kantine en toiletten door bewegingssensoren
00:00
2%
Vraag 14
Wat betekent een circulaire economie?
A
Het hergebruiken van producten en grondstoffen en hierdoor energieverlies en afval verminderen
B
Dat energie circuleert in de winkel, bijvoorbeeld door hergebruik van restwarmte
C
Kennis circuleert: zowel ondernemer als medewerkers houden rekening met energieverbruik
D
Dat de winkel er economisch goed voor staat, daarom is belangrijk dat het SSK wordt uitgedragen
00:00
2%
Vraag 15
Een klant komt naar je toe en stelt de vraag of eieren nu wel of niet in koelkast bewaard moeten worden, wat is het juiste antwoord?
A
Het maakt eigenlijk helemaal niets uit of eieren nu wel of niet gekoeld bewaard worden
B
Als eieren gekoeld bewaard worden geldt de bewaartermijn op de verpakking, anders is dit korter
C
In de supermarkt staan eieren niet gekoeld, dus thuis hoeven ze ook niet in de koelkast
D
In de supermarkt staan eieren niet gekoeld, maar thuis moeten ze wel in de koelkast
00:00
2%
Vraag 16
Wat is GEEN onderwerp binnen het SSK thema Onderscheidend assortiment?
A
Aanbod afgestemd op lokale wensen en behoeften, zoals etnisch assortiment
B
Producten voor klanten met een specifiek dieet, zoals suikervrij, zoutarm en zonder gluten
C
Gezonde producten zijn lager geprijsd dan ongezonde producten
D
Verkoop van producten met keurmerken Biologisch, Fairtrade en MSC/ASC
00:00
2%
Vraag 17
Wat is juist?
Stelling 1: Bij de productie van biologisch voedsel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met milieu en dierenwelzijn. Het Europees biologisch keurmerk staat op alle biologische producten die in de Europese Unie zijn geproduceerd.
Stelling 2: Fairtrade betekent dat de boeren en telers een eerlijk loon krijgen en dat goed wordt omgegaan met hun rechten en gezondheid. Fairtrade is zowel een keurmerk als een wereldwijde beweging.
A
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
B
Beide stellingen zijn onjuist
C
Beide stellingen zijn juist
D
Stelling 2 is juist, stelling 1 is onjuist
00:00
2%
Vraag 18
Welke stelling over de viskeurmerken ASC en MSC is ONJUIST?
A
MSC is een keurmerk voor wilde vis en ASC staat op kweekvis
B
Het tegengaan van overbevissing is een onderwerp binnen de viskeurmerken, het betekent dat te veel vis in een gebied gevangen wordt, waardoor andere visserijen geen eerlijke vangst realiseren
C
Wanneer het MSC-keurmerk op een visproduct staat, betekent dit dat de vis duurzaam is gevangen en dat deze volledig terug te traceren is naar de visserij waaruit de vis afkomstig is
D
Visserijen met het MSC dragen zorg voor het voorkomen van overbevissing, behoud van het ecosysteem en goed en doeltreffend beheer van visserijactiviteiten
00:00
2%
Vraag 19
Welke keurmerk geeft aan dat een product biologisch is?
00:00
2%
Vraag 20
Fotografeer max. drie producten waarvan jij vindt dat ze zich onderscheiden van de producten in andere supermarkten.
Foto maken
Klik op de foto om hem te verwijderen
00:00
2%
Vraag 21
Welk logo zegt iets over hoe diervriendelijk het leven van de dieren is geweest?
00:00
2%
Vraag 22
Welke antwoord is ONJUIST?
A
Allergeneninformatie over de 14 meest voorkomende allergenen moet in de supermarkt beschikbaar zijn voor de klant
B
In de ingrediëntenlijst staat het ingrediënt dat het meest in het product aanwezig is achteraan
C
Met duurzame keurmerken kun je makkelijker kiezen op het gebied van dierenwelzijn, eerlijke handel en natuur en milieu
D
E-nummers zijn stoffen die worden toegevoegd om eigenschappen van voedingsmiddelen te verbeteren
00:00
2%
Vraag 23
Wat is GEEN onderwerp binnen het SSK thema Afvalinzameling en -reductie?
A
Voorkomen van zwerfafval rondom de supermarkt
B
Doneren van producten aan de voedselbank
C
Diverse afvalinzamelingsmogelijkheden voor de klant in en rondom de supermarkt
D
Het afprijzen van producten over de TGT-datum (Te-Gebruiken-Tot)
00:00
2%
Vraag 24
Welk antwoord is ONJUIST?
A
Een TGT-datum staat op zeer bederfelijke producten. Na de TGT-datum moet je de producten weggooien. De TGT-datum is de laatste dag waarop het nog veilig is om het product te eten.
B
De fabrikant garandeert tot de THT datum een smaakvol en veilig product.
C
Een THT-datum is de laatste dag waarop je het product nog veilig kunt gebruiken. Na deze datum kunnen er namelijk ziekteverwekkers, zoals bacteriën gaan groeien.
D
Een THT-datum staat op producten die niet snel bederven. Na de THT-datum kan de kwaliteit van het product achteruit gaan. Je kunt het dan vaak nog wel veilig eten.
00:00
2%
Vraag 25
TGT staat voor Te-Gebruiken-Tot en THT staat voor Tenminste-Houdbaar-Tot. Op welke producten vind je een TGT-datum?
A
Op producten die niet snel bederven
B
Op verse groente, aardappelen en vers fruit
C
Op producten die bijna over datum zijn
D
Op producten die snel bederven zoals vlees of vis
00:00
2%
Vraag 26
Welk stelling(en) is/zijn juist?
Stelling 1: Door afval te scheiden bespaar je grondstoffen en energie
Stelling 2: Voor optimale herverwerking van glas moet het schoon en zonder dop worden ingezameld
Stelling 3: Glas van een kapotte ovenschaal, spiegelglas en servies mogen niet in de glasbak
A
Stelling 1 en 3 zijn juist, stelling 2 is onjuist
B
Stelling 1 is juist, stelling 2 en 3 zijn onjuist
C
Alle stellingen zijn juist
D
Alle stellingen zijn onjuist
00:00
2%
Vraag 27
Maak een foto van een manier waarop jouw supermarkt afval inzamelt of vermindert.
Foto maken
00:00
2%
Vraag 28
Welke stelling(en) is/zijn juist?
Stelling 1: PMD staat voor Plastic en Metalen verpakkingen en Drankkartons
Stelling 2: Restafval wordt in de afvalverbrandingsinstallatie verbrand, dit levert energie op die wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken of voor stadsverwarming
Stelling 3: GFT staat voor Groente-, fruit- en tuinafval, dit wordt in gesloten composteerinstallaties gecomposteerd, na 6 tot 7 weken is de compost klaar
A
Alle stellingen zijn onjuist
B
Stelling 1 is juist, stelling 2 en 3 zijn onjuist
C
Alle stellingen zijn juist
D
Stelling 1 en 3 zijn juist, stelling 2 is onjuist
00:00
2%
Vraag 29
Op welke manieren kan voedselverspilling in de supermarkt worden verminderd?
A
Doneren aan de Voedselbank, promoten van producten die tegen de houdbaarheidsdatum aanzitten met SSK stickers tegen voedselverspilling, apart scheiden van sinaasappelschillen
B
Goed voorraadbeheer, maaltijdbereiding en proeverijen met producten tegen de THT-datum, doneren aan de Voedselbank, korting op producten tegen de houdbaarheidsdatum
C
Naleven HACCP, proeverijen met producten over de TGT-datum, goed voorraadbeheer
D
Brood en AGF reststromen naar de dieren, naleven HACCP, korting op over-de-datum producten
00:00
2%
Vraag 30
Maak foto’s van plekken die laten zien dat jouw supermarkt bezig is met veiligheid en preventie. Voor elk goed gekozen foto krijg je een punt.
Foto maken
Klik op de foto om hem te verwijderen
00:00
2%
Vraag 31
Welke stelling(en) is/zijn juist?
Stelling 1: In de SSK supermarkt worden extra veel zichtbare en onzichtbare maatregelen genomen op het gebied van veiligheid, zoals omtrent geld- en sleutelbeleid en preventie
Stelling 2: In de donkere dagen van oktober tot maart is er meer criminaliteit (diefstal, overvallen)
A
Beide stellingen zijn onjuist
B
Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
C
Beide stellingen zijn juist
D
Stelling 1 juist, stelling 2 is onjuist
00:00
2%
Vraag 32
Wat wordt verstaan onder interne criminaliteit?
A
Alle criminaliteit die specifiek plaatsvindt binnen de muren van de supermarkt
B
Als medewerkers stelen van het bedrijf
C
Als medewerkers weten dat criminaliteit plaatsvindt, maar daarover het bedrijf niet informeren
D
Criminaliteit die negatief is voor het bedrijf zelf, dit verlies kan niet worden verhaald
00:00
2%
Vraag 33
In de supermarkt geldt een voedselveiligheidssysteem (HACCP). Welk antwoord is ONJUIST?
A
Het voedselveiligheidssysteem is alleen belangrijk voor medewerkers op de versafdelingen
B
Het werken volgens een voedselveiligheidssysteem is wettelijk verplicht
C
Hygiënisch werken, temperatuurbeheersing en ongediertebestrijding zijn HACCP-onderwerpen
D
Met HACCP loopt een bedrijf alle processen na op mogelijke voedselveiligheidsgevaren
00:00
2%
Vraag 34
Welke stelling(en) is/zijn juist?
Stelling 1: Medezeggenschap betekent dat medewerkers betrokken worden bij de besluiten die worden genomen over de supermarkt
Stelling 2: Medezeggenschap wordt bijvoorbeeld tot stand gebracht door werkoverleggen, het belonen van eigen initiatief en een ideeënbox
A
Stelling 2 is juist, stelling 1 is onjuist
B
Beide stellingen zijn onjuist
C
Beide stellingen zijn juist
D
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
00:00
2%
Vraag 35
Wat is GEEN geschikte tip over hoe om te gaan met een collega met een arbeidsbeperking?
A
Probeer vertrouwen op te bouwen met je collega die een arbeidsbeperking heeft
B
Deze collega werkt misschien op een andere manier en op een ander tempo, het helpt juist niet om het werk over te willen nemen, tenzij in goed overleg
C
Probeer deze collega minder te belasten door werk uit handen te nemen, met regelmaat te vragen of het lukt en extra aandacht te besteden aan zijn of haar werkzaamheden
D
Probeer zelf eens anders te leren denken, de omgang met iemand die een arbeidsbeperking heeft vraagt soms om een aanpassing van jouw kant: ieder mens is uniek
00:00
2%
Vraag 36
Wat is GEEN onderwerp binnen het SSK thema Stimulerend personeelsbeleid?
A
De mate waarin aandacht wordt besteed aan doorgroei- en ontwikkelingsmogelijkheden voor medewerkers binnen de supermarkt
B
De wijze waarop medezeggenschap tot stand wordt gebracht en de ruimte voor eigen initiatief
C
De geldende CAO en de toepassing hiervan binnen de supermarkt
D
Een divers personeelsbestand, met bijvoorbeeld ook ruimte voor arbeidsgehandicapten
00:00
2%
Vraag 37
Wat is GEEN maatregel ten gunste van energiezuinig transport?
A
Gebruik van een bakfiets voor het bezorgen van boodschappen
B
Een oplaadpaal voor elektrisch vervoer op de parkeerplaats van de supermarkt
C
Een ruime en veilige fietsenstalling bij de supermarkt
D
Parkeerplekken voor grotere busjes
00:00
2%
Vraag 38
Op welke manieren kan een supermarkt geluidsoverlast voor de buurt verminderen?
A
Geluidsarme vrachtwagens en geluidsarme winkelwagentjes
B
Geluidsarme winkelwagentjes en kleinere vrachtwagens
C
Het vermijden van bezorgservice en het gebruik van geluidsarme winkelwagentjes
D
Beleveren buiten venstertijden en geluidsarme vloer
00:00
2%
Vraag 39
Welke stelling(en) is/zijn juist?
Stelling 1: Brede gangpaden, een drempelvrije ingang en een zit- of rustplek in de winkel zijn voorbeelden waarmee de toegankelijkheid van de supermarkt wordt verbeterd voor minder validen
Stelling 2: Een rolstoelvriendelijk pinapparaat is extra stevig bevestigd en hierdoor minder beweeglijk
A
Beide stelling zijn juist
B
Stelling 2 is juist, stelling 1 is onjuist
C
Beide stellingen zijn onjuist
D
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
00:00
2%
Vraag 40
Maak een foto waarop te zien is dat extra aandacht wordt besteed aan toegankelijkheid van jullie supermarkt.
Foto maken
00:00
2%
Vraag 41
Wat is de meest geschikte manier om klanten met een fysieke beperking te helpen?
A
Wees creatief en bied hulp nog voordat de klant daarom hoeft te vragen
B
Vertel op welke manieren toegankelijkheid is gewaarborgd in de supermarkt
C
Vraag of je kunt helpen, maak oogcontact en geef klanten de tijd
D
Bied deze klanten voorrang ten opzichte van klanten zonder fysieke beperking
Gefeliciteerd!
Filiaal
0 e
Landelijk
0 e
Details
Je hebt 0 vragen goed beantwoord,
binnen de tijd van 0min en 0sec.